Verhalen
De Bonte Klipper vaart al bijna twintig jaar haar eigen koers
- Leestijd 4 minuten
- 149 x bekeken
Wie regelmatig door de Kleine Overstraat loopt, kent de winkel waarschijnlijk direct aan de geur van koffie en thee, de houten katten, kleurrijke serviesjes en rijen bonbons achter de toonbank. De Bonte Klipper is al jarenlang een vaste waarde in de binnenstad van Deventer, en eigenaar Edward staat daar zelf soms ook nog versteld van.

“Van de week hadden we het er nog over,” vertelt hij lachend. “Jeetje, we zitten alweer in ons negentiende jaar! Ongelooflijk eigenlijk. Daar sta je niet altijd bij stil.”
Toch begon het ondernemersverhaal van Edward ergens heel anders. Hij werkte jarenlang in de verzekeringswereld, maar raakte uitgekeken op de reorganisaties. “Ik was het gewoon beu. Wat mij altijd aansprak was klantcontact, dat vind ik intrigerend.” Tegelijkertijd merkte hij dat ook het food-element hem trok. “Daarom ben ik me gaan richten op koffie en thee. Tot op heden heb ik daar geen seconde spijt van gehad.”
Edward zette een nieuwe stap, en blijft nog altijd nieuwe stappen zetten: “Mensen zeggen wel eens: koffie is koffie. Maar nee, er zijn steeds nieuwe melanges, nieuwe ontwikkelingen. Je blijft kijken: past dit bij ons?” In de loop der jaren maakte Edward steeds bewustere keuzes. “We hebben ervoor gekozen om ons echt te specialiseren in kwaliteitsproducten. Geweldige thee, écht goede koffie, handgemaakte bonbons.”
Die kwaliteit gaat verder dan alleen smaak. “We weten wat we inkopen, hoe het gebrand wordt. We zijn ook bij onze theeleverancier geweest, en het leek wel een laboratorium!” vertelt hij enthousiast. “Dat geeft zelfvertrouwen. Dan weet je waar je achter staat.” Ook de chocolade wordt zorgvuldig geselecteerd. “We werken met drie hele goede chocolatiers. We verkopen zo veel bonbons en chocola dat we het onmogelijk zelf kunnen maken.”
Inmiddels is De Bonte Klipper veel meer geworden dan alleen een koffie- en theewinkel. “We hebben altijd onze eigen koers gevaren,” zegt Edward. “Je ziet dat terug in de winkel: de tempelkatten, de Japanse serviesjes, de mokken en theepotten. Alles sluit aan op het thema koffie en thee.” Juist doordat de winkel zo persoonlijk voelt, weten klanten hem te vinden. Van dichtbij, maar ook van héél ver weg: “Onze klanten zitten op booreilanden in Noorwegen, in Duitsland, Frankrijk, Afghanistan… zelfs in Texas!” zegt hij lachend. “Mensen zijn een dagje in Deventer en vertellen hun verhaal. Wij vragen daarnaar, we haken daarop in.” Die persoonlijke aandacht is volgens hem essentieel. “Je moet je klanten kennen. Daardoor weet je ook wat ze willen.”
Dat klantcontact zorgt niet alleen voor verbinding, maar bleek ook waardevol in moeilijke tijden. “Tijdens corona hebben we veel geleverd aan kleine bedrijfjes. Dat was fijn om te kunnen blijven doen.”
Ondernemen betekent volgens Edward vooral blijven bewegen. “Ik noteer altijd dingen die nog gedaan kunnen worden: lampjes, schilderwerk, kleine verbeteringen.” Hij glimlacht. “Zo houd je jezelf aan het werk. Maar het is investeren in de zaak én in jezelf. En als klanten het zien en waarderen, krijg je daar positieve energie van.”
Natuurlijk krijgt hij weleens opmerkingen over de uitbundige inrichting van de winkel. “Sommigen noemen het een museum,” zegt hij lachend. “Dat vind ik prima, als ze het maar over de winkel hebben en niet over mij!”
Na bijna twee decennia heeft Edward ook een duidelijke boodschap voor startende ondernemers. “Een zaak beginnen is makkelijk. Je tekent een contract, schrijft je in bij de Kamer van Koophandel en klaar. Maar volhouden, dát is het echte werk.” Volgens hem begint alles bij kwaliteit en authenticiteit. “Onderschat je klanten niet. Zij zijn de ambassadeurs van je zaak. Daar kan geen reclame tegenop.”
En juist in een tijd waarin het lijkt te draaien om snelheid en massa, blijft De Bonte Klipper bewust dichtbij zichzelf. “Als het lastig gaat, moet je geen concessies doen. Natuurlijk draait ondernemen ook om geld, maar blijf bij je kwaliteit. Kwaliteit betaalt zichzelf terug.” Hij kijkt even om zich heen in de winkel en besluit: “Mensen komen uiteindelijk terug voor je identiteit.”