Waarom zoeken we juist in het donker naar licht?
Juist in de winter, wanneer de natuur doods leek, symboliseerde de altijd groene spar een nieuw begin. Zo’n boom herinnerde eraan dat de lente weer zou komen. In de loop van de tijd vond deze traditie zijn weg naar christelijke feesten. Eerst buiten op dorpspleinen, later in huiskamers. Appels, sterren en andere versieringen gaven de bomen een bijna heilige status en verbonden oude symboliek met nieuwe verhalen. De boom werd een plek waar natuur en geloof elkaar ontmoetten. De kerstboom werd een teken van hoop.
Er kwam ook licht bij: kaarsen die fonkelden tegen de achtergrond van de winternachten. Ze symboliseren hoop, warmte en troost in de donkere wintertijd. Een licht dat mensen samenbracht rond verhalen en kerstliedjes. Toen de elektriciteit zijn intrede deed, werden kaarsen lampjes: praktischer, maar met dezelfde symboliek. Licht werd een krachtig antwoord op het donker, letterlijk én figuurlijk.
In Nederland worden jaarlijks zo’n 2,2 miljoen kerstbomen verkocht. Inmiddels kiest bijna de helft van alle huishoudens - ruim drie miljoen - voor een kunstkerstboom. De kunstboom, die in de negentiende eeuw al zijn intrede deed, is nu populairder dan ooit. Deels uit gemak, deels uit zorg voor het milieu. Maar of hij nu uit een bos komt of uit een doos, de kerstboom doet nog steeds hetzelfde als eeuwen geleden: hij brengt leven, licht en saamhorigheid. Misschien is dat wel de echte magie van de boom op de Brink: dat hij ons, herinnert aan wat we allemaal zoeken - licht, hoop en elkaar.