Door stadsgidsen
Stadswandeling van de maand: Verhalen
-
Geschreven door Joost Sijtsma
- Leestijd 5 minuten
- 680 x bekeken
Tientallen stadsgidsen laten tijdens hun rondleidingen de schoonheid van Deventer zien en vertellen leuke weetjes over straten, gebouwen en de geschiedenis van de stad. Maar wat vinden de stadsgidsen zelf de mooiste, interessantste of boeiendste plek van hun stad?

Een rondje met stadsgids door de binnenstad van Deventer levert een schat aan verhalen en legendes op. Zoals in de Golstraat, die ietwat spottend de Goudstraat werd genoemd terwijl dit een armenbuurt was met drie boerderijen. De koeien werden aan de overkant van de IJssel gebracht om te grazen en daar werd ook gras gehaald voor de boerderij. De gids: "Op een dag ging een jongetje, Klein Duumken, mee om gras te halen. De kruiwagen werd volgeladen en daar ging Klein Duumken op de terugweg in liggen. Hij viel in slaap en door zijn gewicht zakte hij helemaal in het gras. In de boerderij werd de kruiwagen leeg gekieperd, met Klein Duumken er in. De koeien begonnen te eten en een van de koeien at hem op. Zijn ouders misten hem en riepen hem. Uit een van de magen van de koe klonk de stem van Klein Duumken. Hij wilde niet uit de koe, want als hij er via de voorkant uit zou komen zou hij gebeten worden en bij de achterkant zou hij in de stront liggen. Zijn ouders lieten de koe overgeven en toen kwam Klein Duumken er uit."
Even verderop staat De Waag die met de Brink het handelscentrum was. Handel draait om geld en dat trekt weer valsemunters aan. Honderd zilveren munten werden bijvoorbeeld gesmolten en vermengd met koper en tin, dat hetzelfde soortelijk gewicht heeft als zilver. Van het nieuwe mengsel werden weer munten geslagen. "Je kon dan veel meer munten maken met minder zilver", vertelt de stadsgids. "Door tin werd de munt na een tijdje zwart en dan kon je zien dat het geld vals was. Daar komt ook de term zwart geld vandaan." Als een valsemunter werd betrapt dan was de straf niet mals. "Hij werd als een rollade vastgebonden en in een vat met hete olie overgoten."
Dat de markt op vrijdag wordt gehouden is nog een overblijfsel van de Joodse aanwezigheid in Deventer, legt de gids uit. "In de 18de eeuw, in de Franse Tijd, werd dat ingesteld. De Joden vierden op zaterdag sabbat en om de Joodse handelaren de gelegenheid te geven ook zaken te doen werd de markt op vrijdag gehouden. In de 15de eeuw moesten de Joden buiten de stad wonen, maar daar was het leven gezonder dan in de stad waar de hygiëne slechter was. De Joden aten kosher, wat ook gezonder was. Als er in de stad een ziekte heerste, bleven de Joden vaak gezond. Ze werden er dan van beschuldigd een pact met de duivel te hebben gesloten. Dat soort verhalen leidde tot pogroms."
In de Bergstraat speelt de duivel ook een belangrijke rol in een verhaal van de stadsgids. We staan voor een fraai pand waar een brouwerij in heeft gezeten. "Toen de oude Leendert, eigenaar van de brouwerij, was overleden, stond zijn zoon voor het verwaarloosde pand. Hij wilde het pand graag weer in de goede staat brengen, maar dat zou veel geld kosten. Terwijl hij stond te mijmeren kwam er een man naast hem staan die een praatje begon. De jonge Leendert vertelde over zijn wens om de brouwerij op te knappen, maar dat hij er geen geld voor had. De man bood aan het pand op te knappen. Hoeveel kost dat, vroeg de jonge Leendert. De man zei dat hij in één nacht het pand op zou knappen in ruil voor de ziel van de jonge Leendert. Die realiseerde zich dat hij met de duivel te maken had, maar hij ging toch met hem in zee. Afgesproken werd dat het werk klaar moest zijn als de haan kraaide.
De duivel ging aan het werk en de jonge Leendert, die toch niet kon slapen, ging in alle vroegte kijken. Hij zag dat het werk niet klaar was, maar wel flink opschoot. Om te voorkomen dat hij zijn ziel kwijtraakte aan de duivel, deed de jonge Leendert een haan na, 'kukeleku'. De duivel kwam woest de trap af om te zeggen dat dit niet de bedoeling was en prompt begonnen hanen in de omgeving te kraaien. De duivel had de strijd verloren en ging kwaad weg." Maar het werk was niet helemaal af, vertelt de gids en hij wijst op een afwijkende rij stenen boven het raam die door de jonge Leendert nog moesten worden gemetseld. Bij het hoekpand op de Brink, waar nu een Cubaans restaurant zit, vertelt de gids dat dit het rattenhuis is. "Hier woonde de rijke handelaar Geert, ofwel Govert. Op een gegeven moment was er een slechte oogst waardoor de mensen in Deventer honger leden, terwijl er veel rogge was opgeslagen in het huis van Govert. Nonnen gingen naar hem toe om te vragen of ze tegen een normale prijs rogge konden kopen om aan de bevolking uit te delen. Govert wilde dat niet en zei tegen de nonnen dat hij nog liever de rogge aan de ratten wilde geven dan het voor een slechte prijs aan hen te verkopen. De rattenkoning hoorde dit en verzamelde 's avonds alle ratten op de Brink. Die gingen het huis van Govert binnen en achterwaarts liepen ze de opslagplaats met rogge binnen, achterwaarts omdat zo de rogge in de haren van de ratten bleef zitten. Die rogge brachten ze naar de nonnen in de gasthuizen. Toen Govert wakker werd, zag hij dat al zijn rogge weg was. Hij kreeg een hartaanval en overleed, maar de inwoners van Deventer hadden te eten."
Onze gidsen laten plekken zien die anders voor je verborgen blijven. Ben je benieuwd geworden naar een stadswandeling? Bezoek de website en laat je verrassen door het aanbod aan rondleidingen voor groepen!