Hoe werd een deftige buitenplaats een relaxte stadscamping?
Toch wist het kamperen zich langzaam los te weken van zijn elitaire oorsprong. Na de Tweede Wereldoorlog, met de opkomst van vrije tijd en mobiliteit, werd het tentdoek een symbool van vrijheid. Wat begon als uitzondering, werd gewoon voor velen. Kamperen werd iets voor iedereen, zomers en typisch Nederlands. En het veranderde ook van plek: van bos en duin tot festivalweide en stadscamping. De behoefte om even weg te zijn, om buiten te leven bleef, maar kreeg steeds nieuwe vormen.
Aan de overkant van de IJssel, aan de rand van het Worpplantsoen, ligt Stadscamping Deventer. Een plek waar geschiedenis en recreatie samenkomen. In de 17e eeuw werd het terrein ingericht met bomen en paden. In de 19e eeuw kreeg het de uitstraling van een Engels landschapspark, met slingerende lanen en open grasvelden. Daarmee werd het één van de eerste plekken in Nederland die speciaal waren bedoeld om in te wandelen.
De stadscamping in het Worpplantsoen bevindt zich in de wijk ‘De Hoven’. De Hoven betekent tuinen. Tuinen waar de houten huisjes stonden die welgestelde burgers hier in de 17e eeuw aanlegden om aan de drukte van de stad te ontsnappen. Die behoefte leeft nog altijd voort. Waar vroeger houten huisjes stonden, zie je nu tenten, campers en caravans. De bestemming bleef hetzelfde: rust en verkoeling, met uitzicht op de IJssel en de skyline van Deventer.
Meer info over de Stadscamping vind je hier