Descartes: ‘Ik denk, dus ik ben …in Deventer?’
‘Ik denk, dus ik ben’ betekent: ik besta omdat ik nadenk. Dat zie je bijvoorbeeld terug in hoe we ons op social media uiten. Scroll je gedachteloos, doorzie je nepnieuws, reageer je impulsief of denk je eerst na voordat je iets plaatst? Descartes onderzocht hoe we iets zeker kunnen weten. Wat we als waarheid zien, zou allemaal best eens onwaar kunnen blijken. We kunnen gefopt worden door een kwaadwillende demon. Of bedrogen worden door onze eigen zintuigen. Wat we volgens Descartes echter zeker weten is dat we kunnen twijfelen.
Van eind mei 1632 tot februari 1634 woonde hij in Deventer, vermoedelijk aan de Lange Bisschopstraat. In de stad werkte zijn vriend Reneri aan het Athenaeum Illustre. Dat was de school voor hoger onderwijs. Met Helena, die in dienst was bij Reneri, kreeg Descartes een relatie. Hun dochter Francine werd op 19 juli 1635 geboren en op 7 augustus ingeschreven in het doopregister, waar Descartes onder de naam Reyner Jochems, ofwel: René Joachimz als vader genoemd wordt.
In Deventer schrijft hij onder meer aan La Dioptrique, een essay dat in 1637 in zijn Discours de la Méthode werd gepubliceerd. Daarin onderzoekt hij de breking van lichtstralen en de werking van het oog, het gezichtsvermogen en hoe dit te verbeteren is met een bril en telescoop. Zo droeg Descartes’ filosofie bij aan praktische en wetenschappelijke vooruitgang. Zijn scherpe blik hielp bij het onderzoeken naar vanzelfsprekendheden. En dat begon met één gedachte. Want wie goed nadenkt, komt verder. Ik denk, dus ik ben.
Meer weten over de Camino van Vrijheid? Kijk dan hier.
Het citaat op de tegel in de Lange Bisschopstraat schreef hij in Deventer. Het laat zien hoe hij allerlei vanzelfsprekendheden onderzocht: Ons hart is erg warm, maar die warmte voelen we niet omdat we eraan gewend zijn.